
Corine werkt sinds 1999 bij de Oost-Europa Zending en woont sindsdien in Berehove, net over de Hongaars (EU) - Oekraïense grens. Deze streek is door de bergrug De Karpaten gescheiden van de rest van Oekraïne. In deze column geeft Corine ons een indruk van het dagelijks leven in Transkarpatië.

Van de week kreeg ik een telefoontje. “Vannacht is Luba overleden. De begrafenis is morgen om 13 uur vanuit huis”. In de meeste gevallen wordt de overledene thuis opgebaard. Men kent geen uitvaartcentrum, dus de familie doet alles zelf. Wassen, afleggen en aankleden. De kist wordt gekocht en je moet zorgen voor vervoer van die kist. Je moet dan ook niet gek opkijken als je een Lada tegenkomt met een kist op zijn imperiaal of op een aanhangwagen. Tevens moet de familie meteen het legitimatiebewijs van de overledene en een doodsverklaring van de arts inleveren, zodat het overlijdensbewijs op het gemeentehuis gemaakt kan worden. ‘s Avonds na het overlijden is het huis open en kunnen mensen langs komen om afscheid te nemen. De kist staat in de woonkamer en is, volgens mij, altijd open. Kinderen worden gewoon meegenomen en kijken er niet van op. Doordat veel mensen op vroege leeftijd overlijden, zijn ze er, helaas, aan gewend en worden niet weggehouden bij de dood.
De volgende dag is er een dienst. Dit is in de tuin van het huis. Iedereen neemt een krans of bloemen mee. Deze worden aan de druivenstruiken en het hekwerk gehangen. De kist wordt buiten op een bank of tafel neergezet en de dienst kan beginnen. Ook hier lopen de kinderen weer rond, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Mensen vinden het ook niet eng om een dode aan te raken, dus ook dat gebeurd veelvuldig. De kist heeft niet gekoeld gestaan, men kent/heeft dat niet, waardoor de begrafenis meestal meteen de volgende dag is. Ook werkt men lijken niet even netjes af. Dus een halfopen mond, of een touwtje om de kin heen zijn gebruikelijk. Als de dienst is afgelopen komt er paard en een aanhangwagen aan. Het kan ook zijn dat men het busje van de buren hiervoor gebruikt. Aan de hand van het gebruik van dat dorp of die streek, wordt de kist nog open gehouden, of anders dicht getimmerd voordat de kist op de aanhangwagen gaat. De kransen worden meegenomen door de aanwezigen en dan gaat men lopend naar de begraafplaats. Een begrafenisstoet mag je niet met een draaiende motor inhalen of passeren, dus iedereen blijft er netjes achter rijden, of stopt als hij uit tegengestelde richting komt en doet de motor van de auto uit totdat de stoet gepasseerd is.

Aan het graf worden nog een paar woorden gezegd. Uiteindelijk wordt de kist daar met vier spijkers dichtgetimmerd (mocht dat op het erf niet gebeurd zijn). Boven het met de hand uitgegraven graf hangen twee touwen. De kist wordt erop gezet en laat men naar beneden zakken. Als de kist op zijn plek staat worden de touwen langs de kist naar boven getrokken. Met grote schoppen wordt de aarde meteen op de kist gegooid. Als het graf dicht is worden alle bloemen erop gelegd en is het voorbij…
Het is dus letterlijk begraven en alles gaat anders dan in Nederland. Het lijkt alsof de dood hier meer gewoon is. Maar of dat gewoon is? Een goede vraag…
Corine van der Kooi - Berehove UA – 15 september 2011
Sinds een paar dagen ben ik weer even in Nederland. Genieten van de vriendelijkheid van het winkelpersoneel, de orde overal en de beschaafdheid van de mensen. Misschien bent u nu verbaasd en denkt u; is dat wel hetzelfde Nederland als waar ik in woon? Ja hoor! Dat klopt helemaal.
Ik doe dus vanaf afgelopen woensdag mijn best door het winkelpersoneel te groeten. En vandaag, vrijdag, zei ik zelfs 'prettig weekend' tegen de kassière. Ook probeer ik het personeel aan te kijken. Waarom ik dit doe? Omdat dat hier normaal is. Ik moet me er toe zetten, want ik ben in Oekraïne anders gewend. Maar het voelt goed, moet ik zeggen. Waar, vraagt u nu? In Nederland of in Oekraïne? Nu schrijf ik over mijn verblijf in Nederland, Nederland dus.
Vandaag liep ik in een winkelcentrum en moest ik hoesten. Ik probeerde dit stil te doen en me in te houden. Niemand mag het immers horen, anders krijg ik boze blikken. Wie hoest is ziek, en kan anderen besmetten dus moet je thuis zitten. Even later bedacht ik mij dat dit in Nederland niet geldt. Dus verder uitbundig hoestend door het winkelcentrum gelopen. Niemand keek op of om! Eindelijk, ik kan hoesten en niezen wanneer ik wil. Maar het voel raar... Waarom? Omdat ik het niet meer gewend ben.
Bij het drinken van koffie en thee laat ik tijdens mijn eerste visite het laatste bodempje staan. De thee ziet er helder uit, maar toch vind ik het eng om het glas helemaal leeg te drinken. Je weet immers nooit wat er allemaal op de bodem is gezakt? Ik zie een vreemde blik als ze het theeglas weghaalt. Oeps, ik kan het hier helemaal leegdrinken, tot de laatste druppel toe, zonder bang te zijn zand, ijzer en andere dingen binnen te krijgen.
Zoals u begrijpt ben ik dus op verlof. Het is de bedoeling om uit te rusten van het werk in Oekraïne en contacten in Nederland te onderhouden. Of het werkelijk uitrusten wordt weet ik niet. Zeker met alle cultuurverschillen wordt het soms een beetje een chaos in mijn hoofd...
Corine van der Kooi - Berehove UA – 12 maart 2011
De zomervakantie in Oekraïne is altijd de maanden juni, juli en augustus. Op welke dag dat dan ook valt, 31 mei is de laatste dag. En 1 september is de ‘eerste schoolbel’.
Twee weken voor ‘de eerste schoolbel’ verandert het straatbeeld en de markt. Overal zie je kraampjes tevoorschijn komen. Stapels schriften, pennen, kleurpotloden en schooltassen worden uitgesteld om aan de ‘leerling’ gebracht te worden. Op school krijg je die namelijk niet. De ouders moeten dat allemaal zelf kopen. Ook de werkboeken die bij een vak horen. Het enige wat je van school krijgt om dat jaar te gebruiken zijn de gewone schoolboeken. In veel gevallen hebben ze niet genoeg en moeten twee of drie kinderen met één boek doen. Naast de kraampjes met schoolspullen worden kraampjes ingericht met grote witte strikken voor in het haar, witte panty’s en lakschoentjes. Voor de jongens hangen heuse kostuums. En dan is daar de dag van ‘de eerste schoolbel’.
1 september. Het lijkt op een echte feestdag. De kinderen gaan naar school. Met een bos bloemen voor de juf (Waar moet ze 25 bossen kwijt?) staan ze allemaal netjes op het schoolplein opgesteld. Nadat het volkslied geklonken heeft en is meegezongen met de hand op het hart, spreekt de schooldirecteur de kinderen en de ouders toe. Meestal is er nog een bisschop van de Russisch Orthodoxe Kerk bij, die met wierook de kinderen, leraren en personeel zegent en een gebed voorleest. En dan kunnen de lessen beginnen.....
Op school is de competitiestrijd nog aanwezig, en het is het streven van elke ouder dat je kind ‘de perfecte’ leerling wordt en uiteindelijk een ‘rood diploma’ zal krijgen. Allemaal tienen is de bedoeling! Scholen uit de regio hebben regelmatig concoursen en de perfecte leerlingen uit een klas doen daar aan mee. Eerst stedelijk, dan gemeentelijk en provinciaal en uiteindelijk landelijk. Echt eerlijk verloopt dit niet altijd... corruptie is overal aanwezig in Oekraïne, zo ook hier. De jury afkopen doe je als Oekraïense ouder graag voor je kind. Zo ook de meester of de juf. Een fles wodka of doos chocola verhoogt je cijfer naar een voldoende. Scholen worden erop afgerekend als er kinderen blijven zitten, waardoor er zelden iemand een klas over moet doen.
En dan is daar 31 mei, de ‘laatste schoolbel’. Op het schoolplein, worden na het volkslied gezongen te hebben de namen genoemd van die leerlingen die 11 klassen hebben afgerond. Op naar het hoger onderwijs, of meteen aan het werk. Tevens worden alle namen genoemd van ‘de perfecte leerlingen’ en van de leerlingen die een concours hebben gewonnen. Het jaar is voorbij. De lange zomervakantie kan beginnen!
Corine van der Kooi - Berehove UA – 8 februari 2011
Voor de één is de winter romantiek en nostalgie, voor de ander vergt het wat aanpassingen.....
Een normale werkdag in december die begint met saaie regen. Dit had allemaal sneeuw moeten zijn, dacht ik. In de middag verandert de regen in natte sneeuw en als ik van kantoor naar huis ga blijft de sneeuw die valt zelfs liggen. De volgende ochtend is het een mooie witte wereld. Er ligt zeker tien centimeter sneeuw! Met de sneeuwschep probeer ik een pad van de deur naar de poort schoon te maken. Even lekker fysieke arbeid, dat scheelt weer een avondje sportschool ☺ Nadat ook de temperatuur verder zakt naar ’s nachts -10°C wordt de verwarming volledig opengedraaid. Omdat mijn kamer de koudste van het huis is moet ik al snel bijwarmen met een elektrisch kacheltje. Ach, ik mag niet klagen. Ik kom bij veel mensen thuis die alleen een houtkachel hebben. Hout wordt ingekocht, wat duur is. Daarom gooit men ook al het afval in de kachel wat niet echt gezond is voor je gezondheid. Als men geen geld heeft om hout te kopen, gaat men zelf naar het bos om hout te hakken. Ik was heel verbaasd hoeveel hout men nodig heeft. Hout brand snel weg en er moet dus behoorlijk wat gehakt worden om de winter door te komen.
Aan de dakrand van het huis ontstaan al snel ijspegels. Een pegel van een meter is normaal, en dus moet ik meteen rekening houden dat ze ook kunnen vallen. Je moet er niet aan denken dat die op je hoofd terecht komt, wat je toch jaarlijks in het nieuws hoort hier. Met de dood als gevolg. Dus vanaf nu lopen de mensen niet meer langs de huizen, maar nemen zeker twee meter van de huizen af.
Na een nacht met behoorlijk wat vorst is de automatische vergrendeling van de auto vastgevroren. Gelukkig kan ik via de achterdeur naar binnen. Nadat ik de auto een kwartiertje heb laten draaien met de verwarming volop, kan ik via de normale manier mijn plaats achter het stuur innemen. Alleen de hoofdweg probeert men hier met een sneeuwschuiver vrij te maken. Dit lukt lang niet altijd, de weg moet hier immers vlak voor zijn en zo ongeveer waterpas. Maar... het is een hele vooruitgang met een aantal jaar geleden, en het strooizand erover heen maakt dat het redelijk berijdbaar is. De zijstraten echter niet. Deze veranderen als snel van mooi besneeuwde straten tot heuse ijsbanen. Dat betekent: niet remmen, als je wilt stoppen gewoon een versnelling lager. Het vergt wat training, maar is zeker de moeite waard. Op een aanrijding zit immers niemand te wachten. Helaas heb ik inmiddels een deukje opgelopen... nee geen aanrijding. Ik had mijn auto een dag niet nodig dus die stond gewoon langs het huis. Doordat het net ff boven het vriespunt werd kwam er ijs van het dak van het huis naar beneden denderen... Gelukkig is mijn voorruit niet gebroken en dat deukje, ach het valt niet op. Sinds gisteren dooit het goed. En een ezel stoot zich in het algemeen niet tweemaal aan dezelfde steen, dus de auto gisterenavond goed geparkeerd. En niet voor niets gelukkig... vanochtend vroeg werd ik wakker van de dikke lagen ijs die naar beneden kwamen zeilen, precies op de plek waar normaliter mijn auto staat.
Na deze maand winter zit ik er weer helemaal in. Kom maar op met januari en februari. Op naar de -25°C, op naar nog meer sneeuw!
Corine van der Kooi - Berehove UA – 1 januari 2011
In Oost Europese landen, en dus ook Oekraïne, leeft men dicht bij de natuur. Zodra de sneeuw in het voorjaar gesmolten is en er geen vorst meer verwacht wordt, gaan de families het veld op. Iedereen heeft een grote moestuin, of een aantal hectare grond, waarop men van alles verbouwd. De kinderen lopen achter de ploegende opa en oma aan, om in de omgespitte gleuven aardappels te poten. Later in het jaar helpen de kinderen de tomatenplantjes vast te zetten aan stokken om te voorkomen dat ze gaan hangen. Tijdens droogte word er gebeden om regen en na een regenbui wordt God ervoor gedankt. Als de aardappelkever opkomt lopen de kinderen met een kommetje langs de aardappels om de kevers te vangen. De mensen zijn afhankelijk van hun oogst, het is immers het voedsel voor van de winter. Tijdens de zomer eet men volop van de lente-uitjes, radijs, paprika en de heerlijke tomaten. Bij elke maaltijd wordt van deze groenten dan ook een overheerlijke salade op tafel gezet. Daarbij moet ik vermelden dat als u geen tomaten lust u eens naar Oekraine moet komen. Dáár zijn pas lekkere tomaten.
En dan komt de oogsttijd. Aardappelen, bieten, uien, wortels, kool. Alles komt van het veld en wordt opgeslagen in de kelders. In de kerken wordt dankdag gevierd. Er is geen landelijke dankdag zoals in Nederland, maar men viert op een van de zondagen in het najaar dankdag. De zaterdag ervoor versiert de jeugd de kerk. Voorin de kerk wordt een stellage gemaakt van groente, fruit, natuurlijke materialen en brood. Het is altijd een mooi gezicht. Vanuit de omliggende dorpen zijn er gasten tijdens de dienst en er wordt feestelijk uitgepakt. De zondagsschoolkinderen zingen een liedje, de jeugd treedt op, en het oude omaatje met haar hoofddoekje en dikke brillenglazen zegt met een beverige stem een 9 coupletten lang gedicht uit haar hoofd op. Tijdens de preek wordt de link gelegd tussen de natuurlijke oogst en de geestelijke oogst. Wat heb je geestelijk aan vruchten geplukt? Of heb je kunnen zaaien? Tijdens de dienst zijn er meerdere vrouwen uit de gemeente afwezig. Zij staan in de keuken een maaltijd te bereiden. Buiten, of als men daarover beschikt, in een van de zalen van de kerk, wordt na de dienst dan letterlijk genoten van de oogst en met elkaar een maaltijd gebruikt.
Toen ik klein was zei mijn moeder altijd als we weer op de regen liepen te mopperen: “de boeren zullen er blij mee zijn”. Hier hoeft men dat niet te zeggen, iedereen weet dat de regen belangrijk is voor de gewassen die op de velden staan. Immers een te droge zomer geeft een slechte oogst. En een slechte oogst geeft weinig wintervoorraad.
Corine van der Kooi - Berehove UA – 3 december 2010
Het bekende gezegde: ‘De klant is koning’, gaat niet overal ter wereld op. In ieder geval niet in Oekraïne....
Op een dag besluit ik drie kwartier voor sluitingstijd nog even boodschappen te gaan doen. Terwijl ik een van de paden inloop is er een personeelslid dat tegen me uitvalt: ‘Zie je niet dat de vloer nat is?’ ‘Jawel’. ‘Waarom loop je er dan overheen’? ‘. Omdat ik boodschappen kom doen’. ‘Die vloer is net gedweild, dus over de paden die nat zijn mag je niet lopen’. ‘Ja maar ik heb iets nodig wat op dat pad ligt’. Het verbazingwekkende antwoord was: ‘Dan had je eerder moeten komen, of je komt morgen maar’. Met mij valt niet te sollen dus vroeg ik: ‘Wat zijn de openingstijden?’ Ze noemde de tijd die drie kwartier later zou zijn, waarop ik antwoordde: ‘Dan moet u die tijden maar eens aanpassen als u niet wil dat er mensen over de natte vloer lopen’. Ik ben verder gegaan met mijn boodschappen, het personeel sprak hun ongenoegen tegen elkaar uit over deze brutale klant terwijl ik alles kon horen...
De banken gaan om 9 uur open, maar de kans is groot dat je voor half tien niet kan wisselen. Eén van de ervaringen die ik ermee heb gehad verliep als volgt: ‘Ik wil graag 100 EUR wisselen’. ‘Ik heb de koers nog niet binnengekregen van het hoofdkantoor’. ‘O, wanneer krijgt u die?’ ‘Wanneer? (zeer verontwaardigd) Wat dacht je? Die krijg ik binnen als ik die binnen krijg’. ‘Kunt u ook zeggen wanneer dat ongeveer is, gemiddeld?’ Boos: ‘Hoe kan ik dat nou weten? Ze geven dat door als ze het doorgeven’. ‘Ja maar, ik vraag u of u mij een indicatie kan geven. Krijgt u het rond deze tijd binnen, of rond elf uur, of.... ik heb namelijk binnen nu en een kwartier geld nodig’. De reactie die ik kreeg was (weer boos): ‘Dat weet ik niet, dan gaat u maar naar een andere bank’.
Als iemand een eigen zaak heeft, is men vaak klantvriendelijker. Alhoewel... Met allerlei verkooptrucs probeert men de koper in Oekraïne over te halen om hun spullen te kopen. Het ene (onbekend Chinese) merk is nog beter dan het andere (eveneens onbekend Chinese) merk. En uiteindelijk gaat de koper overstag. Tegen betaling krijg je er zelfs nog garantie bij. Totdat het kapot gaat... ‘Ja maar mevrouw... u weet toch wel dat hier in ‘Ons Oekraïne ‘ alles van zeer slechte kwaliteit was? Zeker die Chinese spullen. Dan had u maar naar een andere zaak moeten gaan waar ze echte Duitse merken verkopen. Voor deze prijzen kunt u toch wel raden dat het niets is? Voor deze prijs kunt u geen kwaliteit verwachten. U begrijpt toch wel dat u iets slechts kocht voor zo’n lage prijs?’
’t Is heerlijk om in Nederland te winkelen. Het personeel groet je als je binnenkomt, men is vriendelijk en probeert je als klant het gevoel te geven dat je welkom bent. Nog een paar maanden, dan kan ik er weer even van genieten!!
Corine van der Kooi - Berehove UA – 1 november 2010
Kortgeleden moest ik 250 kilometer afleggen met de Oekraiense trein. Een paar dagen eerder had ik al een treinticket gekocht, wat hier de gewoonte is. Prijs: 1,65 euro. Al wachtend op het station luister ik naar de radio die door de stationshal schalt. Ineens zie ik de mensen opstaan, hun tassen pakken en naar het perron lopen. Niets geen dingdongding... en dan de mededeling, maar gewoon door de radio heen omroepen. Ik heb er niets van gehoord en probeer wat woorden op te vangen van de herhaling. Het enige wat ik hoor is het woord 'staart'. Voor mij heel belangrijke informatie. Op het treinticket staat namelijk het wagonnummer en stoel/bednummer vermeld. Bij de ene trein begint de wagontelling vooraan 'bij de kop' en bij de andere trein achteraan 'bij de staart'. Mijn wagon nummer is 4, dus redelijk 'bij de staart'. Dat scheelt me een ren over het perron, langs een trein van 20 wagons... Altijd weer vermoeiend met je volgepakte weekendtas.
Bij de wagoningang staat een conductrice, ze bekijkt het biljet en stopt dat in haar zak. Ik vergeet te kijken welke plaatsnummer ik heb en moet haar er dus om vragen. Van klantvriendelijkheid hebben ze hier nog niet gehoord, dus als blikken zouden kunnen doden had ik er nu niet meer geweest. Het instappen is moelijk. Er is geen verhoogd perron en de treden staan recht bovenop elkaar, wat mij dus blauwe plekken aan mijn scheenbeen opleverde. AUW!!
Binnenin de wagon stinkt het. Het is een slaaptrein en de meeste mensen slapen. Ik besluit om niet te gaan liggen want het is half 7 in de ochtend. Na ongeveer een uurtje beginnen de meeste mensen wakker te worden. De tassen gaan open en de onfrisse lucht in het wagon wordt erger. De geur van salami, vlees, knoflook en wodka zorgt ervoor dat ik bijna zit te kokhalzen. De mensen eten wat en gaan dan hun toilet maken. Op pantoffels en in een ochtendjas lopen mensen door de gang, richting het toilet. Alsof ze thuis zijn!
Halverwege de rit besluit ik om naar het toilet te gaan. Liever ga ik niet, maar ja. Soms moet je gewoon. De deur van de toilet kan niet opslot. Mijn handtas hang ik aan de deurkruk, maar in een reflex haal ik die weer weg. Op de vloer staat zeker 4 centimeter vocht, en dat is geen kraanwater. Bah! Ik ben blij dat ik mijn laarzen aan heb. Op de een of andere manier hang ik boven het gat in de grond, en heb ook mijn handtas nog vast. Ik probeer zo min mogelijk aan te raken en ben blij dat ik zeker weet dat ik van dit toilet geen gebruik meer hoef te maken en snel op mijn eindbestemming ben.
Het is dat treinen hier veel goedkoper is dan autorijden. Maar voor m'n lol zit ik liever in de auto dan in de trein…
Corine van der Kooi - Berehove UA – 1 oktober 2010
In 1995 kwam ik voor het eerst in Oekraïne. Oekraïne was een grauw grijs onbekend land. Het hele jaar hadden we met een aantal vriendinnnen sponsors gezocht om dit kinderevangelisatie kamp mogelijk te maken. Drie weken waren we afgezonderd van de buitenwereld en zaten we in een kamp, midden in het bos. Er was nog geen internet. Er waren nog geen mobiele telefoons. Voor de achterblijvers in Nederland werden de woorden “Geen bericht is goed bericht” in praktijk gebracht.
De mensen waren arm. Kinderen liepen met veel te grote schoenen aan, zonder veters erin. Kleding was verwassen en vernaaid. We aten elke dag minimaal 1 x boekweit. Ik lust het nog steeds niet, en zal de lucht die er in de eetzaal hing nooit meer vergeten... Kortgeleden sprak ik met een van de organisatoren van dat bewuste kamp. “Jullie vonden die boekweit niet lekker. Terwijl ik zo trots was dat ik twee jute zakken boekweit op de kop had kunnen tikken. Het was schaars op dat moment. Voor de kinderen was het een feestmaal...”. Mijn hart kromp ineen toen hij dat zei.
Met Micha, een van de tieners in dat kamp, heb ik nog steeds contact. Hij is getrouwd met een vriendin van mij, en heeft inmiddels drie zoontjes. Met het eerste Oekroe kamp was hij een van de leiding op Lavki. Tijdens een ontmoeting afgelopen zomer vertelt hij ongevraagd over zijn jeugd. “We hadden niets. Ik sliep met mijn broertjes en zusjes in één bed. Mijn vader probeerde geld te verdienen en was een harde werker, maar lonen werden in die tijd maanden niet uitbetaald. We waren arm. En dat terwijl mijn ouders christen zijn. Ze dronken niet eens en ondanks dat konden ze ons tòch niet voeden en kleden. Hierdoor heb ik geen goede herinneringen aan mijn jeugd. De kampen waren het enige lichtpuntje in mijn leven”. Terwijl hij dit vertelt voel ik de pijn. Maar ik zie hem stralen als hij dankbaar vertelt over de kampen waaraan hij deel kon nemen. Wie en waar was hij nu geweest als hij die kans niet had gehad?
Soms vraag ik me af waarom ik hier al 12 jaar woon en me inzet voor de mensen hier. Tijdens de ‘toevallige’ gesprekken met de organisator van toen èn Micha weet ik het weer.
Corine van der Kooi - Berehove UA - 31 augustus 2010